Rotterdam Asserweg 360. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. BOORrapporten 735

In opdracht van de RVKO (Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs) heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) in september en oktober 2021 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Asserweg 360 te Rotterdam, in de gelijknamige gemeente. Dit onderzoek bestond uit het verrichten, beschrijven en analyseren van twee mechanische boringen. Er is geboord vanaf het maaiveld tot maximaal 15,92 m - NAP (11,00 m - mv). Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat in het plangebied nieuwbouw zal worden gerealiseerd. Hierbij zullen grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd.

Uit het bureauonderzoek, waarbij onder meer is gekeken naar de bodemopbouw ter plaatse, de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie, komt naar voren dat voor het gehele plangebied in principe een lage (of zelfs geen) archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Dit hangt samen met onder meer het ontbreken van stroomgordelafzettingen in de diepere ondergrond, het feit dat het oorspronkelijk aanwezige veen (waarschijnlijk grotendeels) is afgegraven ten behoeve van de turfwinning en het gebied, na de droogmaking tot aan het begin van de jaren 60 van de vorige eeuw, alleen in gebruik is geweest als landbouwgrond. Alleen voor vindplaatsen uit het Mesolithicum geldt een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting. Dit hangt samen met de mogelijke aanwezigheid van een laag rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen). Uit de niet-archeologische sonderingen blijkt namelijk dat in het plangebied, tussen circa 14,0 en 12,0 m - NAP, een zandlaag aanwezig is. Op basis van het bureauonderzoek is het echter niet duidelijk of het daadwerkelijk om rivierduinzand gaat.

Uit het verkennend inventariserend veldonderzoek is gebleken dat de diepe ondergrond, van onder naar boven, bestaat uit beddingafzettingen (Formatie van Kreftenheye), komafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen) en vermoedelijk een verspoelde veenlaag (Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag). De drie stratigrafische eenheden zijn tussen de maximale boordiepte en 15,07 m - NAP (10,15 m - mv) waargenomen. Hierboven zijn in beide boringen, vanaf gemiddeld 12,74 m - NAP (7,94 m - mv), geulafzettingen (Formatie van Echteld en/of Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer) aangetroffen. Deze grotendeels zandige afzettingen zijn in de niet-archeologische sonderingen als een zandlaag herkend. Mogelijk moet de kleiige basis van dit stratigrafische niveau anders geïnterpreteerd worden, maar dit is niet zeker. Rivierduinafzettingen zijn in ieder geval niet aanwezig in het plangebied. De top van natuurlijke sequentie bestaat uit een dik pakket komafzettingen (Formatie van Echteld) met enkele veenlagen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Het vermoeden bestaat wel dat er sprake is geweest van enige mariene invloed in de fluviatiele komklei. De bovenste veenlaag in boring 2 betreft het zogenaamde restveen. Dit is een restant van het oorspronkelijk aanwezige veenpakket, dat in de 17e en 18e eeuw is afgegraven. De top van de natuurlijke ondergrond is op respectievelijk 7,30 m - NAP (2,62 m - mv) en 8,10 m - NAP (3,18 m - mv) aangeboord. De natuurlijke sequentie wordt afgedekt door een opgebracht pakket met een gemiddelde dikte van 290 cm. Tijdens het veldonderzoek zijn geen stratigrafische niveaus met archeologische potentie waargenomen. Ook zijn in het plangebied geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Concluderend kan gesteld worden, dat de kans klein is dat bij de voorgenomen grondroerende werkzaamheden in het plangebied archeologische waarden verstoord zullen worden. 

Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Asserweg 360 te Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xnn-w3ug
PID https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-be-6lvj
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:242189
Provenance
Creator Schiltmans, D.E.A. (Archeologie Rotterdam (BOOR))
Publisher Archeologie Rotterdam (BOOR)
Contributor Archeologie Rotterdam (BOOR)
Publication Year 2022
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess; License: http://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/; http://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/
OpenAccess true
Representation
Language Dutch; Flemish
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/RAAP Deborah3; application/msexcel
Discipline Ancient Cultures; Archaeology; Humanities
Spatial Coverage (4.466 LON, 51.951 LAT); Netherlands; Rotterdam; Asserweg 360