Plangebied GNIP A Baarlo-Venlo, modificaties 2-6 en 10 (westoever Maas) in Baarlo, gemeente Peel en Maas Archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding

DOI

In opdracht van LievenseCSO Milieu heeft RAAP tussen mei en juli 2017 een archeologische begeleiding in de vorm van een archeologische inspectie uitgevoerd in het kader van de aanleg van een nieuwe gasleiding in de gemeente Peel en Maas. Het primaire doel van deze begeleiding was om vast te stellen of er behoudenwaardige archeologische vindplaatsen aanwezig waren binnen het plangebied. Tijdens het onderzoek zijn allereerst resten van een gebouw aangetroffen op de top van een kronkelwaard meteen langs de Maas. Op basis van oude kaarten kon vastgesteld worden dat het om delen van de noordmuur van een oud veerhuis gaat dat tussen 1747 en de Tweede Wereldoorlog dienst heeft gedaan. De wortels gaan mogelijk echter terug tot in de Middeleeuwen. Dit veerhuis lag op de noordoostflank van een kronkelwaard. Met uitzondering van de noordoosthoek zijn de archeologische resten zeer sterk verstoord, mogelijk als gevolg van ploegwerkzaamheden. Daarnaast zijn er in het noordwestelijk deel van het plangebied op de randen van het Dryasterras een cultuur-/akkerlaag, een (paal)kuil of brandkuil (vindplaats 2 zuid) en (op ongeveer 250 meter naar het noorden) een waterput uit de Romeinse tijd aangetroffen. De vindplaats wordt in het zuiden begrensd door het beekdal van de Kwistbeek en in het oosten door een oude Maasgeul. De omvang van de vindplaats in westelijke en noordelijke richting is niet duidelijk, maar het is aannemelijk dat in deze richtingen nog archeologische resten aangetroffen kunnen worden. Met name interessant aan deze vindplaats is dat deze mogelijk langs een doorgaande weg op de westoever van de Maas ligt en dat er tevens de andere kant van de Maas (in Steyl) Romeinse resten zijn gevonden. Gezien het feit dat er in ieder geval mogelijk al vanaf de Middeleeuwen een oversteekplaats over de Maas heeft gelegen, is het zeker een mogelijkheid dat deze oversteekplaats reeds in de Romeinse tijd in gebruik was. Hierdoor kan de vindplaats bij verder onderzoek in potentie een rol gaan spelen in onderzoek naar Romeinse weg- en routenetwerken zowel langs als over de Maas. Op basis van de resultaten kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan: - Er wordt aanbevolen om zowel vindplaats 1 (veerhuis) als 2 (Romeinse vindplaats) als behoudenswaardig aan te merken. - Met betrekking tot de op- of afwaardering van zones op de archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Peel en Maas kunnen de volgende opmerkingen worden gemaakt: o Vindplaats 1 (veerhuis) ligt op de archeologische verwachtings- en beleidskaart op de rand van een zone met een hoge archeologische verwachting. Gezien het feit dat de vindplaats behoudenswaardig is wordt er geadviseerd om deze waarde te behouden. o Spoor S1 (kuil) en de akkerlaag met Romeins vondstmateriaal behorende tot vindplaats 2 liggen eveneens in een zone met een hoge archeologische verwachting. Meteen ten westen van de weg Brangk heeft het gebied een lage archeologische verwachting gekregen, naar alle waarschijnlijkheid als gevolg van de ontgronding die hier naar alle waarschijnlijkheid heeft plaatsgevonden. Ondanks dat de vindplaats mogelijk in deze richting doorloopt, worden er gezien de situatie geen archeologische resten meer verwacht. Dientengevolge is het advies om de bestaande verwachtingen te behouden. o De waterput behorende tot vindplaats 2 ligt in een zone met een hoge archeologische verwachting. Ook de omringende zones kennen een hoge verwachting. Het wordt geadviseerd om deze verwachting te handhaven. - Tot op heden kent de gemeentelijke beleidskaart geen aparte categorie van archeologische vindplaatsen. Mocht er in de toekomst een aparte categorie voor vindplaatsen worden toegevoegd is het aan te raden om een buffer van circa 100 meter rondom de vindplaatsen aan te brengen. - Ten slotte wordt met betrekking tot de kronkelwaard geadviseerd om de bestaande hoge archeologische verwachting te handhaven. Ondanks dat er buiten het veerhuis geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, kan er op basis van onderzoek te WellAijen en Ooijen-Wanssum niet uitgesloten worden dat er toch nog archeologische resten op verschillende niveaus aanwezig zijn. Daarvoor is het onderzochte oppervlak te klein. De verwachting houdt bovendien nauw samen met de ouderdom van de kronkelwaard en de verschillende sedimentatiefasen. Deze is op dit moment echter niet bekend. Een drietal OSL-monsters die tijdens het huidige onderzoek zijn genomen, zullen worden gedeponeerd en kunnen eventueel in de toekomst gebruikt worden.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-x34-mxdh
Related Identifier https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis3/Zaakdocumenten/404/4044357/afm/
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:115652
Provenance
Creator Vaessen, R.
Publisher RAAP Archeologisch Adviesbureau bv
Contributor Dijk, X. van;Ellenkamp, R.;RAAP Archeologisch Adviesbureau bv;Roggen, R.
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact RAAP;Dijk, X. van;Ellenkamp, R.;RAAP Archeologisch Adviesbureau bv;Roggen, R.
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format xlsx/dbf, mdb, shp, pdf, jpg;application/rtf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2018-01-25T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-01-14T11:59:59Z